Cocaïnewinkels en een chronisch dronken stad

adriaenbrower_top

Cocaïne, heroïne en opium: het is nu moeilijk voor te stellen maar deze middelen waren begin vorige eeuw nog volledig legaal in Amsterdam. Ze werden hier zelfs geproduceerd.

Op de hoek Eerste Schinkelstraat/Schinkelkade stond de Nederlandse Cocaïnefabriek, daar werd van Indische cocabladeren cocaïne gemaakt. Van 1900 tot begin jaren ’60 compleet legaal. Bedoeld voor medicinaal gebruik, maar het is niet moeilijk voor te stellen dat daar al snel misbruik van werd gemaakt.


De plek waar jarenlang de Nederlandse Cocaïnefabriek stond, hoek Eerste Schinkelstraat/Schinkelkade.

Cocaïnewinkeltje

Maar ver voor de cocaïnefabriek was cocaïne in Amsterdam al een veelgebruikt medicijn voor allerlei kwaaltjes. Al in 1870 hield ene José Alvarez op de Zeedijk 16 er een eigen drugslab op na waar hij cocaïne vervaardigde en dit in pilvorm in zijn winkeltje verkocht. Volkomen legaal dus. De pillen waren een groot succes.

cocaine
Ook in Amerika was cocaïne rond 1900 vrij verkrijgbaar, zelfs in medicijnen die speciaal voor kinderen waren bestemd.

Broomkali

De allerhipste Amsterdammers hielden zich echter niet bezig met cocaïnepillen. De jonge schrijvers en dichters van de Tachtigers -vernieuwende literaire beweging- deden zich eind 19e eeuw tegoed aan een tegenwoordig onbekend middel dat bekend stond als Broomkali, een sterk kalmeringsmiddel. Het zorgde er voor dat dichter Willem Kloos volkomen paranoïde werd en in een vlaag van waanzin zijn collega Pet Tideman om zeep probeerde te helpen. Ze woonden samen met mederedacteur Hein Boeken in wat tegenwoordig bekend staat als het Witsenhuis, Oosterpark 82. Hun benedenbuurman was schilder Isaac Israëls die knettergek werd van de nachtelijke drank- en drugssessies van de heren. Uiteindelijk belande Willem Kloos in het gekkenhuis waar hij door elektroshocks van de drank en drugs afgeholpen werd. Dat ging wel ten koste van zijn schrijverschap, want daarna kwam er weinig meer van waarde uit Kloos’ handen.

kloostidemanboekenwitsen1892_groot2
Hippe Amsterdammers van toen: de schrijvers/dichters/redacteuren van het opstandige blaadje De Nieuwe Gids, Willem Kloos, Pet Tideman en Hein Boeken, ook bekend als de Tachtigers. Aan de jenever en tussendoor snoepend van Broomkali in het huis van schilder Willem Witsen, Oosterpark 82. Foto gemaakt door Willem Witsen,1892.

De dronken stad

Toch was alcohol het roesmiddel waar de meeste hinder van werd ondervonden. Uit cijfers van de politie uit 1915 blijkt dat 20% van alle processen verbaal te maken hadden met openbare dronkenschap. Overheidscampagnes van toen waren gericht op het bestrijden van drankmisbruik, en er waren verschillende verenigingen die geheelonthouding propageerden. Hiervan was ‘De Blauwe Knoop’ de bekendste. De uitdrukking ‘lid zijn van de blauwe knoop’ was jarenlang een typering voor iemand die geen alcohol dronk.

Het is niet vreemd dat alcohol een probleem was: Amsterdam heeft een lange geschiedenis met drank. Vanaf het prille ontstaan van de stad was bier eeuwenlang de meest gedronken drank. Men stond ermee op en ging ermee naar bed. Schoon drinkwater was er niet, thee en koffie kende men nog niet. Per persoon dronk men 300 liter bier per jaar, tegenwoordig is dat 70 liter. Dit bier was dan wel aan de slappe kant -alcoholpercentage rond de 3%- toch moet het merkbaar zijn geweest dat de gehele stad van jong tot oud in een permanent licht benevelde toestand was. En iedereen liep dus de hele dag met een drankkegel rond, bovenop de geur van ongepoetste rotte tanden. Daarnaast werd er stevig gerookt, pijp welteverstaan. De tabak was zeer zwaar en het effect te vergelijken met cannabis.

adriaenbrouwer_klein_1
De hele dag door bier drinken en tabak roken waar je stoned van wordt, de gewoonste zaak van de wereld in het Amsterdam van de 16e en 17e eeuw. Schilderij van Adriaan Brouwer uit 1638.

Chet Baker

In de jaren ’60 deed cannabis zijn intrede, ook bekend als hasjiesj, marihuana of wiet. Dit leidde enige jaren later tot de oprichting van de eerste Amsterdamse coffeeshop, Mellow Yellow aan de Weesperzijde. Waren (soft)drugs in eerste instantie nog leuk en gezellig, de jaren ’70 zorgden voor verharding door de komst van heroïne. De heroïnehandel streek neer in Amsterdam en concentreerde zich op de Zeedijk. Die was daardoor jarenlang een no-go area. Maar daarom ook aantrekkelijk voor mensen waarvan je dat niet direct zou verwachten. Zo was de wereldberoemde Amerikaanse trompettist Chet Baker er veel te vinden. Baker was in de jaren ’50 beroemd geworden, speelde met de groten der aarde. Maar in de jaren ’80 was hij verworden tot een oude junk die altijd op zoek was naar zijn volgende shot. En dat was nergens makkelijker te regelen dan in Amsterdam. Baker had geen vaste woonplaats en verbleef onder meer in hotels op en rond de Zeedijk. Op vrijdag 13 mei 1988 half 4 ’s ochtends vonden voorbijgangers een bejaarde heroïnedode op de stoep voor het Prins Hendrik Hotel aan het einde van de Zeedijk. Het bleek Chet Baker te zijn, onder invloed uit het raam gevallen van zijn hotelkamer.

zeedijk1984
No-go area: de Zeedijk in 1984. Middelpunt van heroïnehandel.

Bhagwan

Midden jaren ’80 kwam de nieuwe drug ecstasy op. Oorspronkelijk in de jaren ’60 ontwikkeld als medicijn om af te vallen, maar 20 jaar later door volgelingen van de Indiase goeroe Bhagwan Shree Rajneesh grootschalig in Europa geïntroduceerd als genotsmiddel. Aan de Oudezijds Voorburgwal 216 was van 1983 tot 1992 de discotheek Zorba the Buddha gevestigd, de ‘Bhagwandisco’. De discotheek werd geëxploiteerd door volgelingen van Bhagwan. Het personeel was in het rood gekleed en liep er met stoffer en blik rond om elke uitgedrukte sigarettenpeuk direct op te ruimen. Ook voerden ze een paar keer per avond een gezamenlijke meditatiesessie uit. Volgens verschillende bronnen was hier rond 1985 een onbekend middeltje in omloop waar je heel erg blij van werd. Het is het vroegst bekende gebruik van de drug ecstasy in het Amsterdamse uitgaansleven. Inmiddels is het een algemeen geaccepteerd feit dat de Bhagwanvolgelingen als eersten ecstasy naar Europa brachten. Eind jaren ’80 ontdekte de opkomende dancescene deze nieuwe drug en vormde er een onlosmakende band mee. Volgens het onlangs verschenen rapport ‘De achterkant van Amsterdam’ gaat er tijdens het Amsterdam Dance Event voor zo’n 5 miljoen euro aan drugs doorheen.

zorba4
Oudezijds Voorburgwal 216, van 1983 tot 1992 zat hier de ‘Bhagwandisco’ Zorba the Buddha. Beeld uit de VPRO-documentaire ‘De Nieuwe Mens’ van Frank Wiering uit 1984.

Cocaïneplaag

Ruim honderd jaar na de eerste legale cocaïnefabriek is er anno 2019 veel veranderd: er is onderscheid gemaakt tussen hard- en softdrugs, waarbij harddrugs illegaal zijn maar softdrugs worden gedoogd. De term softdrugs is inmiddels door het hoge THC-gehalte in de nederwiet enigszins achterhaald. Alcohol blijft een probleem, alhoewel ‘De Blauwe Knoop’ niet meer bestaat. Een cocaïnefabriek hebben we niet meer, maar in een recent interview met onze nieuwsredactie vertelde hoofdcommissaris Frank Paauw dat Europa met het witte poeder wordt overspoeld: ‘Er is een erg grote toevoer van cocaïne, waardoor het makkelijker is om in die markt te stappen. Er zitten ook elementen in van heel snel carrière kunnen maken. Je hebt het profiel van deze criminelen, hun meedogenloosheid, en de bereidheid om bijna permanent in het buitenland te wonen.”

Rioolwater

Exacte cijfers over het huidige Amsterdamse drugsgebruik zijn moeilijk te achterhalen, maar aan de hand van analyses van ons rioolwater wordt veel duidelijk. En dat is best schrikken.

Auteur: Frank van Vuuren

Communicatiemedewerker Gemeente Amsterdam

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: