De kroegen van Carmiggelt

scheltema1959

Op 7 oktober is het 105 jaar geleden dat schrijver Simon Carmiggelt werd geboren. Hij overleed in 1987. De stad was zijn werkveld en favoriete onderwerp. Inspiratie voor zijn ‘stukkies’ deed Carmiggelt op in het café. Een overzicht van zijn favoriete Amsterdamse kroegen.

Zijn we met Paroolcolumnisten als Martin Bril, Theodor Holman en Guus Luijters inmiddels helemaal gewend geraakt aan de schrijvende stadschroniquer: de man die ermee begon was Simon Carmiggelt. Van 1946 tot 1982 had Carmiggelt een dagelijkse column in het Parool onder het pseudoniem ‘Kronkel’. Daarin schreef hij over Amsterdam en over gewone Amsterdammers. Zijn columns – door Carmiggelt cursiefjes of ‘stukkies’ genoemd – ademden een unieke mengeling van verstilling en melancholie uit. Carmiggelt was een fenomeen. Hij won de P.C. Hooftprijs, verscheen regelmatig op televisie en was de meest bewonderde schrijver van Nederland; Reve, Mulisch en Wolkers ver achter zich latend.

3
Beeld van Simon Carmiggelt (1913 – 1987) tegenover zijn huis in het eerste Weteringplantsoen (foto: Stadsarchief)

Vijf echte Carmiggeltcafés

Carmiggelt woonde met vrouw Tiny en kinderen Marianne en Frank aan het Eerste Weteringplantsoen 2A. Hij kwam rond elf uur ’s ochtends zijn bed uit en vertrok aan het begin van de middag de stad in, op zoek naar stof voor zijn dagelijkse Kronkel. Carmiggelt was geen fietser en had geen rijbewijs. Hij bewoog zich te voet, per tram of per taxi door de stad. Gewapend met een bruinlederen notitieboekje dook hij onder in de Amsterdamse cafés, observerend. Dit waren zijn favoriete werkplekken.

  • Café Oosterling, Utrechtsestraat

‘In de stad loop ik hier en daar naar binnen om te kijken en te luisteren. Een van de beste cafés vind ik Oosterling op de hoek van het Frederiksplein. Qua sfeer en uiterlijk heeft dit café alles. Het plafond is door geslachten van kerels bruin gerookt. Het heeft een lange tap met hele rijen flessen en leuke tonnen. Een goed publiek ook en dat is belangrijk, die kunnen een zaak maken of breken.’ Carmiggelt kwam hier meestal ’s middags rond een uur of vier en ging in een hoekje zitten schrijven, jenevertje of sherry’tje voor zijn neus. De toenmalige eigenares van Oosterling herkende de volgende dag vaak in de krant gesprekken en situaties die zich de dag ervoor in haar kroeg hadden voorgedaan.

  • Café Scheltema, Nieuwezijds Voorburgwal

Roemrucht journalistencafé gelegen tussen de toenmalige redacties van alle grote kranten. Carmiggelt was op een gegeven moment niet meer de enige die de hoofdstedelijke horeca afstruinde op zoek naar onderwerpen:

‘Zit ik in Amsterdam bij Scheltema iemand op leuke, bruikbare onderwerpen af te tasten, dan kan ik er al vergif op innemen: de deur gaat open en Lapsus (pseudoniem van Eli Asser, schreef soortgelijke stukjes voor Vrij Nederland red.) komt binnen. Hij is trouwens een aardige particulier en een rijzende komeet in het lachwerk, neem dat aan van een vakman. Maar ik vind het alleen zo kwellend, dat ie aan dat tafeltje gaat zitten met dezelfde intenties als ik: hij zoekt stof. Vertelt nu iemand iets dat geschikt is voor onze branche, dan kijken we elkaar aan en nobele wedijver ontstaat.’

scheltema1959
Café Scheltema, 1959 (foto: Henk Jonker/MAI)
  • Café Mulder

Praktisch tegenover Carmiggelts huis, handig bij het onvast te been huiswaarts gaan. Tegelijkertijd stamcafé van Ramses Shaffy, die om de hoek in de Weteringstraat woonde.

weteringcircuit1902
Beroemde foto van Jacob Olie uit 1902 genomen vanaf het Weteringcircuit kijkend richting Vijzelgracht, het pand rechts is het huidige café Mulder
weteringcircuit2018
Dezelfde plek, anno 2018
  • Café Pieper, Prinsengracht

“Evert, de kastelein van het befaamde Amsterdamse café Pieper heeft zich na vierentwintig jaar behendig exerceren met de kruik, uit zaken teruggetrokken. Hij dreef de ware kroeg – klein, donkerbruin en wat morsig, doch met een superieur uitzicht op het stukje onverpest Amsterdam, waar Prinsengracht en Leidsegracht elkaar kruisen.”

  • De Kring

Kunstenaarssociëteit aan het Leidseplein, alleen toegankelijk voor leden. Tout kunstzinnig Amsterdam verzamelde zich in De Kring ‘waarvan ik allesbehalve papieren lid was’ , zoals Carmiggelt later zei. Carmiggelt maakte hier ruzie met collega’s, dronk tot het ochtendgloren en deed er tussen neus en lippen ook nog goede zaken: op een avond in 1949 bedacht hij drinkend met uitgever Bert Bakker dat er een boek met interviews met bekende Nederlanders moest komen. Daarop legde Bakker ter plekke een voorschot van tweehonderd gulden op tafel.

Depressie

Carmiggelt was niet alleen een kroegtijger, ook zijn huis aan het eerste Weteringplantsoen was in de jaren ’50 en ’60 het middelpunt van feesten en partijen. Elke zaterdagavond ging het daar door tot 8 uur ’s ochtends. Dronken feestgangers hingen uit het raam en zeilden Carmiggelts platencollectie als frisbees uit het raam tot vrouw Tiny riep ‘en nou allemaal opgedonderd!’.

weteringplantsoen
Eerste Weteringplantsoen 2A, links de Weteringschans. Het raam met het groene zonnescherm was het appartement van de Carmiggelts, het raam links daarnaast Simons werkkamer

In 1972 eiste de drank zijn tol: Carmiggelt stortte fysiek en mentaal in. Niet alleen de drank, maar ook zijn verleden speelde hem parten. Zijn oudere broer Jan was in de oorlog in een concentratiekamp om het leven gekomen. Zijn vader was ontroostbaar om de dood van zijn lievelingszoon en een jaar later ook gestorven. Carmiggelt was een gesloten man die vaak ’s nachts in zijn eentje dronken peinzend bij de grammofoon urenlang dezelfde plaat opzette en beluisterde. Melancholie zat bij hem ingebakken, duidelijk leesbaar tussen de regels van zijn Kronkels. Op 30 november 1987 sterft Simon Carmiggelt op 74-jarige leeftijd aan een hartaanval, in zijn huis aan het Eerste Weteringplantsoen.

Carmiggelt verzorgde vanaf 1965 de dagsluiting op televisie van de Vara-uitzendingen. Laat op de avond las hij dan één van zijn columns voor. Altijd voorafgegaan door Duke Ellingtons ‘In a sentimental mood’. Hier leest hij in 1984 het verhaal ‘Een rondje’ voor uit de bundel ‘Alle kroegverhalen’. De generatie die Carmiggelt niet kende als literair feestbeest uit de jaren ’60 kende hem als die oude, wat treurige man, die ’s avonds laat op televisie verhaaltjes voorlas

Simon Carmiggeltbrug

Sinds kort is er een straat naar Simon Carmiggelt vernoemd, en zelfs een brug. Geheel in lijn met de melancholie tussen de regels in Carmiggelts stukjes, is de straat een mistroostig steegje, en de brug slechts een soort loopplank die leidt naar een steiger en Chinees restaurant. Carmiggelt had hier een perfecte Kronkel over geschreven.

carmiggeltbrug
Tragikomisch als een echte Kronkel: de Simon Carmiggelt ‘brug’ aan de Oosterdokskade

 

Auteur: Frank van Vuuren

Communicatiemedewerker Gemeente Amsterdam

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: