Het duistere geheim van de A’dam Toren

galgenput

De grond waar de A’dam Toren op staat herbergt een duister geheim: er bevinden zich de resten van zo’n duizend geëxecuteerde misdadigers. Op deze plek bevond zich eeuwenlang het galgenveld, met als middelpunt de galgenput. De lichamen van misdadigers die op De Dam waren terechtgesteld werden hierboven opgehangen ‘om van de vogelen gegeten, en van de lucht verteert te worden.’ Uiteindelijk vielen ze in de put. De put is nooit geruimd.

De geschiedenis van het galgenveld op Volewijk gaat terug tot 1360, toen al werd deze plek gebruikt om de lijken van terechtgestelde misdadigers tentoon te stellen. Dit laatste als extra straf bovenop de executie. Het weigeren van een fatsoenlijke begrafenis hield in dat de geëxecuteerde geen deel zou nemen aan de wederopstanding der doden bij het einde der tijden, een Bijbelse voorstelling waar niemand aan twijfelde.

Cornelis_anthonisz_vogelvluchtkaart_amsterdam
Kaart van Amsterdam uit 1544 van Cornelis Anthonisz, rechtsonder in de hoek is een piepklein stukje galgenveld te zien, op deze plek staat nu de A’dam Toren (klik voor groter)

Volewijk in Noord was ideaal gelegen om maximaal effect te sorteren: schepen die de Amsterdamse haven binnenvoeren kwamen erlangs, en vanaf de stad waren de bungelende lijken goed zichtbaar. De Galgenstraat op het Prinseneiland is naar dit uitzicht vernoemd, de bewoners van die straat keken zodra ze hun deur uit stapten tegen de ontbindende doden in de verte aan. Een onsubtiele maar doeltreffende manier om het volk duidelijk te maken wat er gebeurde als het zich niet aan de regels hield.

Toeristische trekpleister

Toch ging er niet alleen een afschrikkende werking van uit. Evenals de publieke terechtstellingen op De Dam had het galgenveld een hoge amusementswaarde voor de Amsterdammers. Het was een favoriete plek voor een dagje uit voor het hele gezin, er stonden zelfs eet- en drinktentjes zodat het de inwendige mens aan niks ontbrak. De laatmiddeleeuwse Amsterdammer was gewend aan een stinkende stad met walmende grachten, dus even een broodje eten tussen de rottende lijken was geen probleem.

galgenput1790_groot
Dagjesmensen bij de galgenput, ook in de winter was het galgenveld een populaire trekpleister. Links met Hollandse vlag een koek- en zopietentje

Kinderboom

Het galgenveld was niet alleen een plek des doods, maar ook van nieuw leven. Nieuwsgierige Amsterdamse kinderen werden zoet gehouden met het verhaaltje dat er bij de galgenput een boom was waar de baby’tjes vandaan kwamen. Deze kinderboom bloeide alleen ’s nachts, en dan was het zaak dat de verliefde man en vrouw met een bootje naar het galgenveld roeiden om daar kindertjes te plukken. In ‘Het nieuwe Princesse Liedt-Boeck’ uit 1682 komt het als volgt voor:

De Amsterdamse Voolwijcks-Schuyt
Weet ghy niet wat dat die beduyt?
De Schuyt, of Kraeck-wage, is een
De Volewijck, en Put, gemeen,
Omtrent by die Knie-galgh staet
Daer Buer-vroutjens dan Roeyen gaet
Al aen den Put, tot sy gewis
Een Zoon of Dochter vinden, fris.

Het verhaal over de kinderboom werd eeuwenlang van generatie op generatie doorgegeven aan Amsterdamse kinderen, totdat de ooievaar zijn intrede deed. Basisschool De Kinderboom in Noord is naar deze oude volksvertelling vernoemd.

Rembrandt

In 1664 laat de arme, oude schil­der Rem­brandt van Rijn zich met een roei­bootje ver­voe­ren naar het gal­gen­veld op Vole­wijk. Rem­brandt is zijn huis en geld kwijt, en het jaar daar­voor is zijn ge­lief­de Hen­d­rick­je Stof­fels aan de pest ge­stor­ven. De schil­der is hier niet om zich on­der het ge­not van een hap­je en een drank­je te ver­ga­pen aan de do­den, maar om te te­ke­nen. Hij maakt een te­gen­woor­dig we­reld­be­roem­de schets van een dood meis­je dat daar aan een paal hangt. Ze blijft eeu­wen­lang ano­niem, tot­dat his­to­ri­ci in de 20e eeuw haar iden­ti­teit ach­ter­ha­len. Het is het 18-ja­ri­ge Deen­se meis­je Els­je Chris­ti­aens, ter dood ver­oor­deeld we­gens moord op haar hos­pi­ta. Wat de zaak ex­tra bij­zon­der maakt is dat Els­je rond de­zelf­de tijd ook door een an­de­re kun­ste­naar is ver­eeu­wigd, na­me­lijk door An­tho­nie van Bors­som. In te­gen­stel­ling tot de be­doe­ling van haar straf -geen fat­soen­lijk graf en ge­doemd te ver­dwij­nen in eeu­wi­ge ver­ge­tel­heid- is het te­gen­deel met haar ge­beurd. Ze is de be­roemd­ste dode van het gal­gen­veld van Vole­wijk.

rembrandt_elsje
Elsje Christiaens, 1664 Rembrandt van Rijn
volewijck1664
Het galgenveld op Volewijk, Anthonie van Borssom, 1664 – 1665. Rechts Elsje Christiaens

A’dam Toren

Nadat de Bataafse Republiek in 1795 was uitgeroepen kwam men tot de conclusie dat het tentoonstellen van doodgemartelde misdadigers niet thuishoorde in een beschaafde samenleving. Het galgenveld werd gesloten, de galgenput werd volgestort met zand. In totaal moeten er de resten van zo’n duizend geëxecuteerde misdadigers in de Noordse bodem terecht gekomen zijn. Bij de eerste bouw- en graafwerkzaamheden op deze plek honderdvijftig jaar geleden kwamen regelmatig botresten naar boven. Ongeveer op de plek waar de galgenput stond is in 1970 de A’dam Toren gebouwd. In theorie zou dit bovenop de resten van Elsje Christiaens kunnen zijn. Dan is Elsje niet alleen de beroemdste dode van het galgenveld, maar ook degene met het indrukwekkendste graf.

Auteur: Frank van Vuuren

Communicatiemedewerker Gemeente Amsterdam

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: